Blog

  • Anekdote 05 (Motregen en driedimensionale photoshop)

    5 februari 2011

    Motregen en driedimensionale photoshop

    Mijn tas hangt dan weer op m’n rug, dan weer aan m’n zij. Hij is eigenlijk te zwaar om zo mee te fietsen. Het is januari en er is een on-winterse motregen. Motregen? In elk geval een hoge luchtvochtigheid.

    De lange lange rechte weg voert langs de bosrand. Aan de andere kant van de weg zijn flats in een lange rij. Slechts vier hoog, niet hoger. Het is alsof ze hier niet echt staan. Ze ZIJN er wel, maar ze zijn hier per ongeluk terecht gekomen of zo. Weggenomen uit een grotere stad 3.780 kilometer in oostelijke richting, en dan hier geplaatst. Aan de bosrand. Of kunnen ze tegenwoordig al driedimensionaal photoshoppen?

    Misschien moet ik even afstappen, zo’n voetpad op en dan even aanraken. Controleren of het wel echt is… Maar ik heb haast, dus fiets door. En er is nog een voordeel: nu is de illusie er nog steeds.

    (maar ik moet nog wel een keer terug, als het er van komt…)

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 279 keer bekeken

  • Anekdote 04 (balkon)

    20 december 2010

    Op de dag waarover ik vertel is het weertype: algemeen. Er is geen regen, geen wind, geen zon. Van dat weer waarbij je lelijke foto's krijgt met veel te witte luchten en geen schaduwen.

    De weg waar ik fiets maakt een hoek van zo'n 120 graden met de spoorlijn, die hier trouwens wel een flauwe bocht heeft. Er staan vooral berken, maar ook een paar iepen en platanen. Toch wordt het straatbeeld gedomineerd door die ene slangenden – zo'n lelijke boom met heel veel stekels die ook wel apenboom of apetreiter wordt genoemd. Hij staat in de tuin van het enige laagbouwhuis hier in de buurt.

    Omdat het fietspad gemaakt is van gewone grijze stoeptegels, zijn er – tussen die tegels – heel veel lijnen waar je haaks overheen gaat. Finishlijnen. Elke 30 centimeter opnieuw win ik de wedstrijd.  

    Er zijn wel wat mensen op straat, maar zeker niet veel voor zo'n brede straat. Er is ook bijna geen geluid, terwijl deze weg op de plattegrond toch een gele weg is, en gele wegen zijn belangrijk. In het echt is de weg niet geel, maar gewoon grijsbruinzwart. Andere kleuren die je hier veel ziet, kan ik ongetwijfeld mengen op mijn palet, of ze zijn te maken door de verfmengmachine bij de bouwmarkt, maar ze komen zeker niet voor in de folder met wat voor dit jaar de ‘nieuwe kleuren’ zijn. 

    De flatgebouwen komen uit 1976 denk ik. 1976, de herinnering komt op aan die familie die bij ons op bezoek kwam met een knalblauwe Citroën GS, zo’n auto die altijd eerst met de achterkant omhoog moest voordat hij weg kon rijden. Niet zo handig als je net een achtervolging wil inzetten.

    Maar goed, die flatgebouwen dus. Niemand kijkt ernaar. Dat begrijp ik niet, want ze zijn nogal aanwezig.

    Ik denk dat de architect het van tevoren zo bedacht heeft: enorme complexen opgebouwd uit wasgoed en schotelantennes. En hang-geraniums. Met die bouwmaterialen kun je dus toch zomaar 10, 12 verdiepingen stapelen. 

    Ik moet hier nog steeds een kunstwerk van maken, op ware grootte, maar bij gebrek aan tijd verdring ik die gedachte steeds. 

    De mensen op de eerste verdieping hebben het niet getroffen. Wonen in een flat, wel een balkon hebben maar uitkijken op de blinde muur van de gesloten vestiging van Videoland.

    Maar bovenin het gebouw… Als je hier zou wonen, op de tiende of zo, kon je elke dag op je balkon staren over vergezichten… en over andere gebouwen met balkonnetjes waarop mensen staren over vergezichten… en over andere gebouwen met balkonnetjes waarop… enzo. 

    Het balkon op. Om een luchtje scheppen, de schone was buiten te hangen, of de vuile. Mijmeren, koffie drinken (of bier), luisteren naar een zingende Romeo (of een bloempot naar zijn hoofd gooien), kijken naar de vrouw die 32 meter en 80 centimeter lager in de auto stapt, ..., of een combinatie van al deze dingen.

    Mooi eigenlijk, die balkonnetjes. Als ik een zaag bij me had, fietste ik naar de tiende verdieping en nam ik er zo eentje mee.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 262 keer bekeken

  • Anekdote 03 (Ruhrgebied - verplaatsbare landmark)

    20 december 2010


    Oberhausen. Of was het toch Duisburg? Nou ja, het Ruhrgebied. Van alle schoorstenen hier is dit wel de hoogste, denk ik. Maar nadat ik minstens 15 bochten in op- en afritten van de autobahn heb gereden, twijfel ik of het dezelfde schoorsteen is, als die ik daarstraks zag. Of is het wèl dezelfde, maar staat hij nu op een andere plek?

    Dat zou spannend zijn, een verplaatsbare landmark (oriëntatiepunt in het landschap). Een verplaatsbare landmark. Gewoon om het rationele en beredeneerbare te ontstijgen. Ik ga er een plan voor maken! Minstens 100 meter moet ie worden, anders heeft het geen effect.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 281 keer bekeken

  • Anekdote 02 (Utrecht - Overvecht)

    20 december 2010


    Utrecht. De stad waar ik niet woon maar wel een fiets heb. Als je in een stad een fiets hebt, is die stad ook een beetje van jou, vind ik. Ik fiets door de wijk Overvecht aan de Noordkant van de stad. Ondanks de kunststof platen in limoengroen en oudroze, die de ijverige woningcorporatie er tegenaan heeft geplakt, zijn de flatgebouwen hier grijs. Ze beantwoorden meer aan de Oostblok-sfeer dan exemplaren die ik in Bratislava heb gezien. Misschien omdat het hier nu wel bewolkt is, wie zal het zeggen.

    De gebouwen intrigeren me weer. Ze zijn groot en alom tegenwoordig, maar de huizen erin zijn klein. Nietige onderdeeltjes van het systeem dat flatgebouw heet.

    Ik fiets langs het vijfde identieke flatgebouw in een reeks. Mijn aandacht wordt getrokken de woning op de 7e, nee 8e verdieping, het 3e huis van links. Het fluistert iets als: “Ik wil eruit…!”. Ik word meteen enthousiast. JA, dat doen we! We slopen de rest van het gebouw, en alleen dit huis mag achterblijven, met nog een paar andere misschien. Ontsnappen aan het collectieve harnas. Zweven... Armzalige flatwoning wordt luchtkasteel.

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 261 keer bekeken

  • Anekdote 01 (Antwerpen - leisteen en dokken)

    20 december 2010


    Bij het vijfde stationnetje vanaf Roosendaal, waar de trein net voorbij de bosrand is gekomen, staan er verspreid in het landschap een paar van die typische Vlaamse huizen. Smalle huizen zonder ramen in de zijgevels. Zijgevels, die met ruitvormig leisteen zijn bekleed. Het lijkt alsof de huizen aan een rijtje hebben toebehoort, waarbij de rest is gesloopt. Of is elk individueel huis bewust zo gebouwd, dat je er altijd nog een rijtje van kan maken?

    Hoe zou het eruit zien, als juist de voor- en achterkant van het huisje met leisteen zijn bekleed, terwijl de zijkanten enkele kleine ramen hebben…, ja en een deur? Alsof de realiteit nog niet bizar genoeg is…

    De aansluiting met de intercity naar Antwerpen was goed, maar ik heb toch even gewacht op de stoptrein. Door het tempo van de stoptrein heb ik meer kans op oog voor detail, kan ik beter zien hoe de wereld er hier uitziet. En er is nog een reden voor de stoptrein: ik kan eindelijk eens uitstappen bij het station Antwerpen Noorderdokken, waar ik wel vaker voorbij geraasd ben.

    Ik ben de enige passagier die er uitstapt. Mijn hemel, hoe veel kunstwerken zullen hier ontstaan? Deze sfeer, dit gevoel… en die prachtige naam van het treinstation: Antwerpen Noorderdokken, pure poëzie.

    Was het hier dat mijn idee ontstond voor het viaduct dat nergens overheen gaat? Ik moet het nog steeds bouwen.

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 252 keer bekeken