exto | kunst, kunstenaars, galeries en exposities

Marcel Blom - Anekdote 04 (balkon)

Anekdote 04 (balkon)

Op de dag waarover ik vertel is het weertype: algemeen. Er is geen regen, geen wind, geen zon. Van dat weer waarbij je lelijke foto's krijgt met veel te witte luchten en geen schaduwen.

De weg waar ik fiets maakt een hoek van zo'n 120 graden met de spoorlijn, die hier trouwens wel een flauwe bocht heeft. Er staan vooral berken, maar ook een paar iepen en platanen. Toch wordt het straatbeeld gedomineerd door die ene slangenden – zo'n lelijke boom met heel veel stekels die ook wel apenboom of apetreiter wordt genoemd. Hij staat in de tuin van het enige laagbouwhuis hier in de buurt.

Omdat het fietspad gemaakt is van gewone grijze stoeptegels, zijn er – tussen die tegels – heel veel lijnen waar je haaks overheen gaat. Finishlijnen. Elke 30 centimeter opnieuw win ik de wedstrijd.  

Er zijn wel wat mensen op straat, maar zeker niet veel voor zo'n brede straat. Er is ook bijna geen geluid, terwijl deze weg op de plattegrond toch een gele weg is, en gele wegen zijn belangrijk. In het echt is de weg niet geel, maar gewoon grijsbruinzwart. Andere kleuren die je hier veel ziet, kan ik ongetwijfeld mengen op mijn palet, of ze zijn te maken door de verfmengmachine bij de bouwmarkt, maar ze komen zeker niet voor in de folder met wat voor dit jaar de ‘nieuwe kleuren’ zijn. 

De flatgebouwen komen uit 1976 denk ik. 1976, de herinnering komt op aan die familie die bij ons op bezoek kwam met een knalblauwe Citroën GS, zo’n auto die altijd eerst met de achterkant omhoog moest voordat hij weg kon rijden. Niet zo handig als je net een achtervolging wil inzetten.

Maar goed, die flatgebouwen dus. Niemand kijkt ernaar. Dat begrijp ik niet, want ze zijn nogal aanwezig.

Ik denk dat de architect het van tevoren zo bedacht heeft: enorme complexen opgebouwd uit wasgoed en schotelantennes. En hang-geraniums. Met die bouwmaterialen kun je dus toch zomaar 10, 12 verdiepingen stapelen. 

Ik moet hier nog steeds een kunstwerk van maken, op ware grootte, maar bij gebrek aan tijd verdring ik die gedachte steeds. 

De mensen op de eerste verdieping hebben het niet getroffen. Wonen in een flat, wel een balkon hebben maar uitkijken op de blinde muur van de gesloten vestiging van Videoland.

Maar bovenin het gebouw… Als je hier zou wonen, op de tiende of zo, kon je elke dag op je balkon staren over vergezichten… en over andere gebouwen met balkonnetjes waarop mensen staren over vergezichten… en over andere gebouwen met balkonnetjes waarop… enzo. 

Het balkon op. Om een luchtje scheppen, de schone was buiten te hangen, of de vuile. Mijmeren, koffie drinken (of bier), luisteren naar een zingende Romeo (of een bloempot naar zijn hoofd gooien), kijken naar de vrouw die 32 meter en 80 centimeter lager in de auto stapt, ..., of een combinatie van al deze dingen.

Mooi eigenlijk, die balkonnetjes. Als ik een zaag bij me had, fietste ik naar de tiende verdieping en nam ik er zo eentje mee.

Reageer op dit bericht